ETAPPENOVERZICHT > etappe21
Etappe 21 - van Wachtebeke naar Gent [Jacobskerk]

Deze etappe start in het Provinciaal Domein van Puyenbroeck. Via het natuurgebied van de Bommels ga je naar de Ratte, een gehucht ontstaan tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het is tevens een rustplaats voor pelgrims op weg naar de Sint-Baafsabdij in Gent. Kasteel Rozelaar, dat je voorbijwandelt in Lochristi, was een buitenverblijf van dezelfde Sint-Baafsabdij. In Destelbergen wandel je langs een Gallische hoeve en even verder kom je voorbij het bedevaartsoord Bergenkruis. Op het einde loopt de route dwars door het Begijnhof van Sint-Amandsberg. Tenslotte bereik je het einddoel van de dag, de Sint-Jacobskerk. Het interieur is rijk aan waardevolle kerkschatten en vele jacobalia. Onder meer het hoofdaltaar heeft een marmeren Jacobsbeeld. En er zijn glasramen met taferelen uit het leven van Jacobus te bewonderen en ook schilderijen van Lucas Van Iden.

De etappefiche en de routekaart van elke etappe kan je afhalen door op afhaalpagina te klikken. Enkel ingelogde leden krijgen hiervoor toegang.

Jacobskerk van Gent

Op het einde van de 11de eeuw zou hier een houten kapel gestaan hebben toegewijd aan Sint-Jacob. In de 12de eeuw werd die vervangen door een grotere, stenen kerk. Van deze romaanse kerk resten nog enkele delen, o.a. beide westtorens. De achtkantige vieringtoren werd in de 13de eeuw verhoogd in de stijl van de Scheldegotiek en binnenin werden koor en zijbeuken vergroot. Na de verwoestende Beeldenstorm werd de kerk hersteld in barokstijl. Het huidige gebouw is grotendeels het resultaat van verbouwingen in de 15de en 16de eeuw. Na jarenlange verwaarlozing werd de kerk in het midden van de 19de eeuw gerestaureerd. Ze kreeg er neoromaanse en neogotische elementen bij.

JACOBALIA:
Hoofdaltaar van Sint-Jacob: beeld van de heilige, door Jacques Cox (1660).
Preekstoel met afbeelding Sint-Jacob, door Jacques Dutry (1784).
Schilderij Santiago Matamoros, door Lucas van Uden (18de eeuw).
Schilderij Prediking van Sint-Jacob, door Lucas Van Uden (18de eeuw)

Uit de media
Relaas van de etappedag op donderdag 8 juli 2010

Pelgrims willen blijkbaar voor dag en dauw vertrekken… Nog voor het ontbijt met gekookte eitjes klaar is, zitten ze al aan tafel. En nog voor etappeverantwoordelijke Jaak Vandamme klaar is om hen naar de route te brengen, zijn er al een heel deel pelgrims op weg. Het is Herman Merckx, die vandaag de geloofsbrief draagt.

Via het natuurgebied van de Bommels stappen de deelnemers naar de Ratte, een gehucht ontstaan tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Het is tevens een rustplaats voor pelgrims op weg naar de Sint-Baafsabdij in Gent. Begoniavelden, azalea’s, serres: het is duidelijk dat men in de bloemenstreek rond Lochristi is. Ze wandelen voorbij Kasteel Rozelaar, dat een buitenverblijf was van dezelfde Sint-Baafsabdij. Te Destelbergen komen de stappers langs een Gallische hoeve en even verder voorbij het bedevaartsoord Bergenkruis. Hoewel ze vlakbij Gent zijn, stappen ze toch weer langs stille wegen en in het groen. Verschillende belangstellenden vragen de voorbijtrekkende pelgrims uitleg over de tocht. Compostela is blijkbaar bij iedereen bekend.

Zo bereiken ze het Begijnhof – rustig en sober – en de Dampoort. De route naar de St.-Jacobskerk leert hen Gent anders kennen. Het onthaal is hartelijk: water, stempel, een stadsplan en zoveel meer krijgen de pelgrims toegestopt. Ze worden vergezeld naar het St.-Barbaracollege, waar ze elk een eenpersoonskamer krijgen. De uitroep ‘super-de-luxe’ wordt vaak gehoord! Eerst douchen en dan kleren wassen. Al snel hangt de was te drogen aan een gigantische waslijn, die de breedte van de speelplaats overspant.

Tegen 18u verzamelen allen aan de St.-Jacobskerk waar een stemmig avondprogramma wacht. Met orgelmuziek door Jef Vloemans (organist in Herentals) komen ze de kerk binnen. Het is een improvisatie op het pelgrimslied ‘Ultreia’. Johan De Ridder, regiocontactpersoon voor Gent, verwelkomt alle aanwezigen en in het bijzonder Vlaams minister Joke Schauvlieghe. Na de zegening van de schelp voor de kerk door kanunnik Collin onthult de minister de schelp die onder de vlag van het genootschap verborgen zit.

Volgen nog een toespraak door kanunnik Collin, een optreden van Juan Carlos Sampé, Madrileens gitarist die samen met Frans Grappenhaus, een Nederlandse cellist, die canciones brengen rond de camino, dit alles afgewisseld door poëzie van Thomas Rubico. In zijn dankwoord kan de voorzitter het niet laten de minister te wijzen op de resolutie van het Vlaams Parlement die besliste tot het herinrichten, beschrijven en onderhouden van de oude pelgrimswegen door Vlaanderen, werk dat voor 90% al gerealiseerd is door onze werkgroep ‘pelgrimspaden’ (zie de ‘Via-gidsen’).

Bij gebrek aan een goede zingbare vertaling wordt het Ultreia-lied van Jean-Claude Benazet in de originele versie gebracht. Tekst en muziek bleken bij het gezelschap goed gekend en werden dus mooi meegezongen: "Tous les matins nous prenons le chemin…”. Misschien de reden dat een toeriste uit de Provence, zodra ze begreep wie we zijn en waar het over gaat, per se lid wilde worden. Bienvenue Marie-Lou!

Met dank aan het uitgebreide team rond Jaak Vandamme en Johan De Ridder voor deze door iedereen gewaardeerde etappedag.

Etappedag in beeld