ETAPPENOVERZICHT > etappe24
Etappe 24 - van Middelburg, deelgemeente van Maldegem, naar Brugge [Jacobskerken in Hoeke en Brugge]

De streek waar je vandaag doorwandelt, is van zeer groot historisch belang. Niet alleen herbergt ze een van de mooiste steden van Europa, met name Brugge, maar ook op politiek en economisch vlak speelde deze ‘Zwin’streek een primordiale rol. Stadjes zoals Middelburg, Lapscheure, Hoeke, Oostkerke en Sluis hebben een belangrijke rol gespeeld gedurende de eerste helft van het vorige millennium. In de middeleeuwen lagen ze aan de oevers van een wereldhaven, het Zwin. De streek ten noordwesten van Brugge was een van de rijkste van de toenmalige gekende wereld. Het Zwin was een belangrijke commerciële haven, bij tijd en wijle was het ook een oorlogshaven waar tot honderden oorlogsbodems kwamen schuilen of zich klaarmaakten voor de strijd. De verzanding van het Zwin en het verlies van Sluis aan de Hollanders in 1604 zorgden ervoor dat de handel via de zee helemaal wegviel. Brugge en zijn voorhavens verloren hun economische betekenis en dat zorgde voor verval en bittere armoede vanaf het begin van de zestiende tot halfweg de negentiende eeuw. Vandaag bruist de streek weer van leven en de voornoemde stadjes zijn trekpleisters geworden voor duizenden toeristen die hier jaarlijks komen om te genieten van een wandeling of een fietstocht en daarna de benen onder een rijk gevulde tafel steken in een of ander plaatselijk etablissement.

Stadjes zoals Middelburg, Lapscheure, Hoeke, Oostkerke en Sluis hebben een belangrijke rol gespeeld gedurende de eerste helft van het vorig millennium. In de middeleeuwen lagen ze aan de oevers van een wereldhaven, het Zwin. De streek ten noordwesten van Brugge was een van de rijkste van de toenmalige gekende wereld. Het Zwin was niet alleen een belangrijke commerciële haven, bij tijd en wijle was het ook een oorlogshaven waar tot honderden oorlogsbodems kwamen schuilen of zich klaarmaakten voor de strijd.

De verzanding van het Zwin en het verlies van Sluis aan de Hollanders in 1604 zorgden ervoor dat de handel via de zee helemaal weg viel. Brugge en zijn voorhavens verloren hun economische betekenis en dat zorgde voor verval en bittere armoede vanaf het begin van de zestiende tot halfweg de negentiende eeuw. Vandaag bruist de streek terug van leven en de voornoemde stadjes zijn trekpleisters geworden voor duizenden toeristen die hier jaarlijks komen om te genieten van een wandeling of een fietstocht en om daarna de benen onder een rijk gevulde tafel te steken in een of ander plaatselijk etablissement.

In dit artikel kan je nog meer lezen over de cultuurhistorische achtergrond van deze etappe.

De etappefiche en de routekaart van elke etappe kan je afhalen door op afhaalpagina te klikken. Enkel ingelogde leden krijgen hiervoor toegang.

Jacobskerk van Hoeke

Het plaatsje Hoeke lag in de 14de en 15de eeuw aan het Zwin en was toen voorhaven van Brugge. Van het toenmalige, kleine stadje rest enkel nog de kerk van Sint-Jakob. In Hoeke waren kooplieden van de Duitse Hanze gevestigd en een van hen, Hendrik van Coesfeld, afkomstig uit de Hanzestad Coesfeld (Westfalen), liet hier een kerkje bouwen toegewijd aan Sint-Jakob, patroon der zeevaarders. Van dit romaans-vroeggotische gebouw bleef enkel de toren bewaard, een mooi voorbeeld van een poldertoren uit de Zwinstreek. Tijdens de godsdienstoorlogen in de 16de eeuw werd het kerkje verwoest en nadien opnieuw opgebouwd. Sinds 1938 is het een beschermd monument. In oktober 1944 werd de kerk zwaar beschadigd tijdens de gevechten om de Scheldemonding en in 1949 hersteld.

JACOBALIA:
Boven de ingangsdeur kopie van beeld van Sint-Jakob pelgrim.
Rechts van het altaar Beeld van Sint-Jakob, van A. D’Havé uit Eeklo (1968).




Jacobskerk van Brugge

Deze kerk werd omstreeks 1240 gebouwd. Door de jaren heen onderging ze vele verbouwingen, uitbreidingen en restauraties. De kerk heeft een mooi interieur, bijna geheel in barokstijl. Ze telt achttien altaren en talrijke kunstwerken. Pronkstukken zijn het drieluik met de Sint-Lucialegende en het drieluik door Pieter Pourbus. Opmerkelijk is de bijna 6 meter hoge sacramentstoren.

JACOBALIA:
Beeld van Sint-Jakob en twee geknielde pelgrims (16de eeuw).
Hoogaltaar: Beeld van Sint-Jakob pelgrim, altaar door Cornelis Gaillard (1665-1671).
Koorgestoelte met pelgrimsattributen, door Martin Moenaert (1674).
10 schilderijen met taferelen uit het leven van de heilige Jacobus, door Dominicus Nollet (1694).
Schilderij voorstellende de legendarische Slag bij Clavijo (17de eeuw).
Reliekschrijn van Sint-Jakob. Hout, verguld (18de eeuw).



Relaas van de etappedag op zondag 11 juli 2010

’s Morgens is de regen geweken. De ochtendnevel hangt als een witte deken over de akkers, wat het ontwaken onder de tenten bijzonder mooi maakt. Even later doet de zon haar uiterste best om er spoedig een stralende dag van te maken.

Na het goed gevulde ontbijt nemen de meeste pelgrims de uitnodiging van de pastoor aan, die speciaal voor hen de kerk opent. Hij leidt hen er rond tot in de sacristie toe, waar hij fier de 200 jaar oude kapmantels toont.

Net voor Lapscheure nemen de meer dan 80 stappers de ‘langere route’ via het handbediende veerpontje over het kanaal Brugge – Sluis. Even verder houden ze halt bij het mooie Jacobskerkje van Hoeke. Onder leiding van diaken – en etappeverantwoordelijke – Wilfried Desrumaux heeft er een mooie dienst plaats, waar inspirerende teksten worden afgewisseld met vioolmuziek. Schepen Joachim Coens houdt een korte toespraak, waarna een kleine Jacob de in de muur geplaatste jakobsschelp onthult. Daarna biedt de stad Damme nog een zeer gesmaakte receptie aan met een lokaal donkerbruin bier. Hun rugzak volgepropt met een omvangrijk lunchpakket gaan de pelgrims weer op pad.

Verder gaat het langs de vaart, eerst naar Damme, waar opvallend veel Vlaamse leeuwenvlaggen wapperen. De aanblik van rode boerderijen in een hevig groene setting, afgewisseld met windmolens en wilgen, streelt het oog. Hier en daar gaan de stappers door weiden, waar enkele afsluitingen met opstapjes worden genomen. Tussen de akkers met rijpend graan zie je enkel nog de kopjes van de pelgrims.

Tegen 16u30 hebben zich aan de Dampoort een groot aantal pelgrims verzameld om de ‘ontzanding’ van de eerste jakobsschelp van de Via Brugensis mee te maken. Schepen Jean-Marie Bogaert houdt een toespraak, waarin hij het belang van de Via Brugensis toelicht, waarna voorzitter Hugo Morael hem dankt voor de goede samenwerking. Begeleid door de doedelzak van Siebrecht Van Hooren lopen de stappers de Via Brugensis in tot bij Sint-Jacobskerk. Daarna gaan ze naar het parochiecentrum voor het avondmaal. Om 19u15 wordt een tweede schelp ingewijd aan de Sint-Jacobskerk en nemen de pelgrims de gelegenheid te baat om in de kerk de tentoonstelling over Brugse pelgrims naar Santiago te bezoeken.

Het is dan nog een dikke 2 km tot in het OLV-Instituut, dat achter het station van Brugge ligt. Daar wacht de deelnemers een heel warme ontvangst door een superefficiënte zuster Josiane, geassisteerd door zuster Ignace. Een aantal ziet een droom in vervulling gaan: een privékamer met eigen douche en toilet. Super-de-luxe dus.

Om 20u30 verzamelt een groot deel van de deelnemers in het door de zusters ingericht tv-zaaltje, waar ze de finale van de wereldbeker voetbal tussen Spanje en Nederland volgen. De zusters kunnen het niet laten en sleuren frisdrank en bier aan. Spijtig voor de voorzitter van het Nederlands Genootschap Joost Bol lukt het zijn landgenoten ook deze keer niet. Spanje wint de finale.

Met dank aan Wilfried Desrumaux, Yvonne Roelof, Daniel Pieters, Mieke en Jean Raes, Thea Strobbe en zuster Josiane en zuster Ignace voor een zwaar geladen, maar geslaagde etappedag.

Etappedag in beeld