|
Werkgroep "Pelgrimspaden in Vlaanderen".
De werkgroep heeft als opdracht de oude Vlaamse pelgrimspaden naar Santiago opnieuw zichtbaar te maken als onderdeel van een Europees netwerk van pelgrimspaden. Ze werkt daartoe samen met Franse, Nederlandse en Franstalige Belgische zusterorganisaties.
De werkgroep realiseert gidsen met routekaarten, routebeschrijving en praktische informatie, voornamelijk informatie over logiesmogelijkheden.
Omdat er al voldoende beschrijvingen bestaan van fietsroutes naar Compostela werden enkel wandelaars weerhouden als doelgroep.
Middeleeuwse en hedendaagse pelgrimsroutes
In 2007 en 2008 verzamelde de werkgroep informatie over de historische én de hedendaagse pelgrimsroutes en etappeplaatsen in Vlaanderen en werkte een eerste voorstel uit voor historisch verantwoorde pelgrimspaden.
In de Middeleeuwen bestonden er in de Nederlanden vrijwel geen specifieke pelgrimsroutes. Langs een toen al fijnmazig netwerk van wegen verplaatsten pelgrims zich naar het zuidwesten en kozen hun etappeplaatsen in functie van logiesmogelijkheden, bedevaartplaatsen, relieken …. Maar kloosters verdwenen, nieuwe werden gebouwd, legers maakten delen van de camino ontoegankelijk of gevaarlijk, relieken verdwenen … en dus veranderden ook de etappeplaatsen in de loop van de geschiedenis.
Er zijn maar weinig verslagen van middeleeuwse pelgrimstochten door de Nederlanden bewaard. Aanwijsbare ‘route’ zijn de Niederstrasse (Keulen, Maastricht, Leuven, Brussel, Halle en verder richting Parijs)en de Via Yprensis (Nieuwpoort, Ieper, Rijsel), in de middeleeuwen vooral gebruikt door Engelse pelgrims.
Uit reisverslagen van pelgrims op het internet blijkt dat de meeste Vlaamse en Nederlandse pelgrims vandaag niet via Parijs maar via Namen en Vézelay naar het zuiden trekken. Ze volgen veelal de GR 654.
Omdat Vlaanderen nog geen pelgrimswegen heeft (had) volgen de meeste Nederlandse pelgrims het Pelgrimspad (LAW 7) tot Visé. Van Visé volgen ze de Via Mosana naar Namen. Dat betekent een omweg van soms wel 150 km.
Het aantal pelgrims dat een ‘eigen’ weg volgt is gering.
De werkgroep stippelde uiteindelijk vijf pelgrimspaden uit.
- Via Brabantica: van de Nederlandse grens naar Kapellen, Antwerpen, Borsbeek en Lier naar Mechelen. Een variante loopt van Antwerpen direct naar Mechelen. Van Mechelen verder via Leuven en Hoegaarden naar de Via Monastica. Of van Mechelen naar Brussel en verder over de bestaande Via Brabançonne naar Nijvel(aansluiting op de Via Gallia Belgica richting Parijs, Tours).
- Via Monastica: van ’s Hertogenbosch (NL) via Vessem naar de norbertijnenabdijen van Postel, Tongerlo en Averbode. Een variante doet Tongerlo en Averbode niet aan. Van Zichem naar Diest of naar Scherpenheuvel. In Budingen of via Tienen en Hoegaarden naar Jodoigne, of via Zoutleeuw en Hélécine naar Jodoigne. Van Jodoigne naar Namen en verder door de Maasvallei naar de abdij van Leffe, Hastière, Givet en Hierges. Een variante loopt van Hastière (Hermeton) via Doische naar Hierges. Tenslotte via Olloy-sur-Viroin en Oignies naar Rocroi.
- Via Brugensis: van Sluis (NL) via Hoeke, Damme, Brugge, Lichtervelde, Gits, Roeselare, Menen en Doornik naar Sebourg (Valenciennes).
- Via Scaldea: van Gent via Oudenaarde naar Doornik.
- Via Limburgica: van Thorn (NL) via Maaseik en Alden Biezen naar Tongeren. Verder door Waals Haspengouw naar Éghezée waar deze Via aansluit op de Via Monastica.
De Niederstrasse is door de werkgroep niet weerhouden. Ze bestaat al als GR 128 en vanaf Brussel als Via Brabantica.Ook de Via Yprensis werd niet weerhouden.
Kleine trajectwijzigingen blijven de volgende jaren mogelijk.
Criteria
De werkgroep hanteerde volgende criteria waaraan alle Via’s moeten voldoen.
- Authenticiteit. De Raad van Europa eist dat een pelgrimsweg naar Compostela in het verleden ook als zodanig gebruikt werd. Belangrijke historische etappeplaatsen moeten in de hedendaagse pelgrimswegen geïntegreerd worden. Bij gebrek aan echte historische wegen is de eerste van de twee eisen voor de Nederlanden niet belangrijk.
- Relevantie. De weg moet nuttig zijn voor pelgrims in de eenentwintigste eeuw.
- Begaanbaarheid. Onverharde wegen hebben de voorkeur boven fietspaden. Fietspaden de voorkeur boven autoluwe wegen. Autoluwe wegen de voorkeur boven drukke wegen.
- Doelgerichtheid. Zonder nutteloze omwegen. GR-paden maken dikwijls deze – voor pelgrims nutteloze – omwegen.
- Onderhoudbaar. Ook in de toekomst moet we de pelgrimsweg kunnen bewegwijzeren en beschrijven.
De werkgroep kiest ervoor om waar mogelijk gebruik te maken van GR-paden, fiets- en wandelroutenetwerken, oevers van kanalen en rivieren. Dat maakt de beschrijving gemakkelijker en zo kan de bewegwijzering beperkt blijven tot hier en daar een zelfklever op een cruciaal punt.
- Integratie in Europa. Vlaamse Pelgrimswegen moeten aansluiten op pelgrimswegen of GR-routes in de buurlanden.
Andere criteria.
Plaatselijke (bedevaart)tradities en belangrijke kerken moeten in de mate van het mogelijke in de route geïntegreerd worden. Voorbeelden zijn het St.-Evermarusspel in Rutten (Tongeren) en de benedictijnenabdij van Zevenkerken (Brugge), de bakermat van het Vlaams Genootschap.
Gidsen
In januari-februari-maart-april 2010 verschijnen de gidsen voor de Via Monastica, de Via Brugensis & Via Scaldea, de Via Brabantica en de Via Limburgica.
In elke gids vind je een gedetailleerde routebeschrijving, kaartmateriaal (1:50 000) en praktische informatie (vooral logies).
De gids geeft ook achtergrondinformatie over landschap, cultuurgeschiedenis en bezienswaardigheden. Niet in het minst over de jacobalia langs de route.
Bewegwijzering
De bewegwijzering in Vlaanderen is bewust heel sober gehouden. Af en toe herinnert een zelfklever met het Europese Camino-embleem eraan dat je op weg bent naar Compostela. In Wallonië is de bewegwijzering minder sober. In Nederland is er geen bewegwijzering.
De routebeschrijving verwijst waar nodig naar GR-paden en routenetwerken met bijhorende bewegwijzering.
Medewerkers gezocht
De vijf Via’s werden gerealiseerd door een twintigtal vrijwilligers. Ook in de toekomst moet de werkgroep kunnen rekenen op tal van vrijwilligers. Met name om
- de bewegwijzering te onderhouden en eventueel kleine trajectwijzigingen uit te werken.
- de logiesinformatie in de gidsen te actualiseren
|
|
| |
|
|